Waarom leg je niet neer wat niet van jou is?
Waarom leg je niet neer wat niet van jou is?
Veel mensen zijn moe.
Niet omdat zij te weinig slapen.
Niet omdat zij te weinig doen.
Maar omdat zij voortdurend dragen.
Ze dragen zorgen.
Ze dragen verantwoordelijkheden.
Ze dragen verwachtingen.
Ze dragen emoties.
Ze dragen spanningen.
En soms dragen zij zelfs dingen die nooit van hen zijn geweest.
Het bijzondere is dat veel mensen zich daar niet eens bewust van zijn.
Voor hen voelt het normaal.
Normaal om zich zorgen te maken over de kinderen.
Normaal om problemen van de partner op te lossen.
Normaal om verantwoordelijk te zijn voor het welzijn van anderen.
Normaal om altijd beschikbaar te zijn.
Normaal om meer aandacht te hebben voor anderen dan voor zichzelf.
Maar wanneer iets jarenlang normaal voelt, betekent dat niet automatisch dat het gezond is.
Daarom stel ik regelmatig een eenvoudige vraag:
Waarom leg je niet neer wat niet van jou is?
Dat lijkt een eenvoudige vraag.
Maar het antwoord is vaak verrassend.
Sommigen dragen uit liefde.
Sommigen dragen uit loyaliteit.
Sommigen dragen uit schuldgevoel.
Sommigen dragen uit angst.
En sommigen weten simpelweg niet meer hoe het voelt om niet te dragen.
Want wanneer je jarenlang zorgt, oplost, ondersteunt, redt en beschikbaar bent, kan dragen onderdeel worden van je identiteit.
Dan voelt loslaten bijna verkeerd.
Alsof je iemand in de steek laat.
Alsof je egoïstisch bent.
Alsof je tekortschiet.
Maar is dat werkelijk zo?
Of ben je ooit gaan geloven dat liefde hetzelfde is als dragen?
Dat verantwoordelijkheid hetzelfde is als overnemen?
Dat zorgen voor anderen belangrijker is dan zorgen voor jezelf?
In mijn praktijk zie ik regelmatig dat mensen uitgeput raken doordat zij voortdurend bezig zijn met wat anderen voelen, denken, nodig hebben of ervaren.
Daardoor blijft er steeds minder ruimte over voor zichzelf.
Voor rust.
Voor herstel.
Voor plezier.
Voor hun eigen behoeften.
Voor hun eigen leven.
En hoe langer dat duurt, hoe zwaarder de last vaak wordt.
Niet omdat het leven zwaarder wordt.
Maar omdat iemand steeds meer blijft optillen wat niet van hem of haar is.
Misschien is de vraag daarom niet:
“Hoe houd ik dit vol?”
Maar:
“Waarom draag ik dit eigenlijk?”
Want soms begint herstel niet met harder werken.
Niet met sterker worden.
Niet met nóg meer dragen.
Soms begint herstel met een eerlijk inzicht.
Dit is niet van mij.
En ik hoef het ook niet te dragen.
Misschien is dat wel één van de meest bevrijdende zinnen die iemand kan leren.
Kom dichterbij je ware zelf.
Linda Krohne


